katheder
onzijdig (het)/kɑˈtedər/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- spreekgestoelte
- lessenaarDe Schelp zei dat ik de deur van het klaslokaal dicht moest doen en toen stond ik daar voor de katheder en was er geen weg terug meer mogelijk.
- (religie) bisschopszetel
Etymologie
* Via het Latijnse cathedra van het Oudgriekse καθέδρα
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek