kastrol
mannelijk/vrouwelijk (de)/xxxx/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (huishouden) kasserol
Etymologie
* Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘braadpan’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1778
Vertalingen
Spaanscacerola
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek