kaste

mannelijk/vrouwelijk (de)/ˈkɑstə/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. religie (religie) streng gescheiden stand binnen de hindoeïstische samenleving
    De kaste waarin je wordt geboren leef je in.
  2. sociologie (sociologie) een zeer gesloten sociale kring
    Een nieuwe kaste van techmiljardairs heeft zich ontpopt als een belangrijke politieke speler, nauwelijks geremd door de wetten van traditionele democratieën.[https://www.nrc.nl/nieuws/2025/05/23/het-overmoedige-westen-is-in-zijn-eigen-sprookje-gaan-geloven-a4894426 www.nrc.nl (23 mei 2025)]

Etymologie

*Via het Franse caste van het Latijnse castus.

Vertalingen

Engelscaste, caste
Franscaste, clan, caste
DuitsKaste, Kaste
Spaanscasta
Italiaanscasta
Portugeescasta
Russischкаста
Chinees種姓制度, 种姓制度
Japansカースト
Koreaans카스트, 카스트제도
Arabischطبقة, صِنْف
Turkskast
Poolskasta
Zweedskast
Deenskaste