kasseiweg

mannelijk (de)/ˈkɑsɛiˌwɛx/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. zeer hobbelige weg, geplaveid met kinderkopjes
    Het was een rit vanuit Chatou naar Meudon met een lastige aankomst op een hellende kasseiweg. Pas na de bestudering van de fotofinish kon de winnaar worden aangewezen. Vier renners waren vrijwel tegelijkertijd de streep gepasseerd. De Telegraaf 4 maart 2018 [https://www.telegraaf.nl/sport/wielrennen/1746056/demare-wint-eerste-rit-in-parijs-nice Démare wint eerste rit in Parijs-Nice]
    Boonen merkt geen verschil met andere jaren, ook al begint hij voor de allerlaatste keer aan de lange, zware koers door het Vlaamse heuvelland met zijn vele steile kasseiweggetjes. "Ik kan niet zeggen dat ik emotioneler ben of nerveuzer, de druk bij dit soort koersen is altijd dezelfde. Ik vertrouw erop dat mijn benen goed zijn." De Telegraaf 1 april 2017 [https://www.telegraaf.nl/sport/wielrennen/102099/tom-boonen-de-vorm-komt-eraan Tom Boonen: 'De vorm komt eraan']