kasplantje
/ˈkɑsplɑɲcə/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (figuurlijk) onweerbaar of weinig weerbaar persoonBang om dood te gaan is ze niet. Bang om gereanimeerd te worden wel. „Ik hoef niet opgepompt te worden om vervolgens als kasplantje verder te leven.”
- (figuurlijk) eenvoudig te verstoren ontwikkelingHet vredesplan voor Midden-Amerika, dat op zeven augustus door vijf Middenamerikaanse presidenten in Guatemala-Stad werd ondertekend, blijft een kasplantje met twijfelachtige levenskansen.
Etymologie
*"kasplant"
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek