kasplant

mannelijk/vrouwelijk (de)/ˈkasplɑnt/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. tuinbouw (tuinbouw) plant opgekweekt in een broeikas
    Kasplanten groeien niet in de volle grond.[http://www.petershof-weustenrade.nl/home/de-tuin De inrichting van de tuin], Petershof-Weustenrade
  2. figuurlijk (figuurlijk) als verkleinwoord kasplantje: onweerbaar of weinig weerbaar persoon of eenvoudig te verstoren ontwikkeling
    Toen de man in coma raakte leefde hij nog twee weken als kasplantje.