kardinaal

mannelijk (de)/ˌkɑrdiˈnal/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. religie (religie) hoge geestelijke in de hiërarchie van de Rooms-Katholieke Kerk, hij mag deelnemen aan de verkiezing van een nieuwe paus
  2. zangvogels (zangvogels) benaming voor vogels uit de geslachten en van de familie van de kardinaalachtigen ()
  3. zangvogels (zangvogels) benaming voor vogels uit de familie van de tangaren ()

Etymologie

* van "cardinal", in de betekenis van ‘hoogwaardigheidsbekleder in de r.-k. kerk’ voor het eerst aangetroffen in 1265

Vertalingen

Engelscardinal
Franscardinal
DuitsKardinal
Spaanscardenal, cardenalicio, cardinal
Italiaanscardinale
Portugeescardeal
Russischкардинал
Japans枢機卿
Poolskardynał
Zweedskardinal
Deenskardinal