Kardeel
mannelijk (de)/kɑrˈdel/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (scheepvaart) touw dat gebruikt wordt om een vlag of wimpel op de gewenste hoogte te houdenDaar heb je een kardeel voor nodig.
- (scheepvaart) een van de strengen waaruit een kabel samengedraaid is
zelfstandig naamwoord
- vat met een inhoud van ongeveer 200 tot 230 liter
Etymologie
*[B] via Middelnederlands "quarteel" van "quartel" (omdat het een kwart van een karrenvracht vormde)
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek