kantooruren
meervoud/kɑnˈtoryrə(n)/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- vastgestelde periode dat er op een bureau wordt gewerktDe Katholieke Gezinszorg (KGZ) nam als eerste het initiatief tot een avond- en weekenddienst (Stichting Dienstverlening Thuiswonenden) zodat bijvoorbeeld de bereiding van maaltijden niet langer hoefde te worden afgestemd op de kantooruren van de verzorgenden maar op de behoefte van de cliënten.
- periode waarin het gangbaar is dat op kantoren wordt gewerkt; sinds de tweede helft van de 20e eeuw: op werkdagen tussen 09:00 en 17:00 uurVoor mijn werk als ondernemer ga ik vaak naar netwerkbijeenkomsten en evenementen en die zijn meestal buiten kantooruren, dat komt goed uit.
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek