kanseliersbonus
mannelijk (de)/ˌkɑnsəˈlirzbonʏs/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (politiek) (Duitsland) extra steun voor een partij bij kiezers en media als waardering voor de daaruit afkomstige bondskanselierDe huidige regeringschef van het SPD-minderheidskabinet wil nog één keer als lijsttrekker van de SPD bij vervroegde verkiezingen functioneren. Zijn partij kan dan profiteren van de zogenaamde kanseliersbonus en bovendien de kiezers duidelijk maken dat de liberalen de „verraders" van het sociaaldemocratisch-liberale bondgenootschap waren.
Etymologie
*, leenvertaling van "Kanzlerbonus"
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek