kanselarij

vrouwelijk (de)/ˌkɑnsəlaˈrɛi/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. geschiedenis (geschiedenis) bureau waar de oorkondes en andere documenten van een bepaalde vorst of andere bestuurlijke instelling werden opgesteld, bezegeld en uitgevaardigd, griffie
  2. kantoor van een gezantschap of consulaat

Etymologie

*van middeleeuws Latijn "cancellaria", in de betekenis van ‘griffie’ aangetroffen vanaf 1530

Vertalingen

Spaanscancillería