kampernoelje
mannelijk/vrouwelijk (de)/ˌkɑmpərˈnuljə/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (voeding), (mycologie) bepaald soort eetbare paddenstoel,
Etymologie
*via Middelnederlands "campernoele" van "campaigneul" dat teruggaat op laat Latijn "campaneus" "van het platteland"
Vertalingen
Spaansagárico, champiñón
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek