champignon
mannelijk (de)/ˌʃɑmpiˈjɔn/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (steeltjeszwammen), (voeding) bepaald soort eetbare en speciaal gekweekte witte paddenstoel,
- (mycologie) benaming voor paddenstoelen uit het geslacht
Etymologie
*van """ "paddenstoel", in de betekenis van ‘paddenstoel’ aangetroffen vanaf 1704
Vertalingen
Engelscultivated mushroom
Franschampignon de Paris
DuitsZuchtchampignon
Spaanschampiñón
Italiaansfungo coltivato
Poolspieczarka
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek