kamermusicus
mannelijk (de)/ˈkamərˌmyziˌkʏs/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- iemand die muziek maakt samen met een paar andere mensenIk dacht na. 'Ik ben kamermusicus. In wezen. In mijn woonkamer.' {{Aut|Sandes, DavidDe vaste kern van het ensemble verenigt klassemusici die als orkest- en kamermusicus, maar ook als solist een stevige reputatie hebben opgebouwd. de Standaard 12 SEPTEMBER 2008
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek