kameelachtige
mannelijk/vrouwelijk (de)/plaatshouder taxonomie/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (evenhoevigen) zoogdier uit de enige familie binnen de onderorde eeltpotigen (Tylopoda) van de orde evenhoevigen (Artiodactyla). Hoewel de familie in het verleden een veel grotere vormenrijkdom gekend heeft (zie: ), zijn er nu nog een zestal soorten
Etymologie
* afgeleid van kameel en een -e
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek