kamergeleerde

mannelijk (de)/xxxx/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. wetenschap (wetenschap) een theoreticus, iemand die zeer geleerd is maar niets van de praktijk weet
    De kamergeleerde kon je alles vertellen over differentiaalvergelijkingen maar een eitje bakken kon hij niet.
    De Grote Russische wiskundige en kamergeleerde Gregori Perelman weigert één miljoen dollar van de Clay Mathematic Institute, omdat hij vindt dat zijn Amerikaanse collega Richard Hamilton de prijs verdiend heeft.