kameraadschappelijkheid

vrouwelijk (de)

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. iets wat hoort bij de manier van doen die gebruikelijk is bij vrienden
    Volgens de woordvoerster heeft zijn totaal onverwachte dood niet alleen een enorme impact op de collega's van 't Beemstervarken, maar op alle deelnemers aan het jaarlijkse festival, waarop de kameraadschappelijkheid groot is.

Etymologie

* afleiding van kameraadschappelijk

Vertalingen

Engelscamaraderie, companionship, fellowship