kameraadschappelijkheid
vrouwelijk (de)
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- iets wat hoort bij de manier van doen die gebruikelijk is bij vriendenVolgens de woordvoerster heeft zijn totaal onverwachte dood niet alleen een enorme impact op de collega's van 't Beemstervarken, maar op alle deelnemers aan het jaarlijkse festival, waarop de kameraadschappelijkheid groot is.
Etymologie
* afleiding van kameraadschappelijk
Vertalingen
Engelscamaraderie, companionship, fellowship
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek