kalenderdag
mannelijk (de)
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (tijdrekening), (eenheid) de tijdsduur van 24 uur - van middernacht tot de eerstvolgende middernacht - waarvoor op de kalender een datum staatWe mogen de auto nog twee kalenderdagen langer gebruiken.
Vertalingen
Engelscalendar day
Spaansdía calendario
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek