kafir

mannelijk (de)/ˈkɑfɪr/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. plantkunde, voeding (plantkunde) (voeding) graansoort, , die kan worden gebruikt als een soort rijst of gemalen tot meel
  2. religie (religie) (islam) iemand die niet gelooft in het bestaan in de God uit Tenach, Bijbel en Koran

Vertalingen

Spaanssorgo