kaasplank

mannelijk/vrouwelijk (de)/ˈkasplɑŋk/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. huishouden (huishouden) al dan niet houten plank om kaas op te snijden
  2. voeding (voeding) schaal met verschillende soorten kaas, als dessert of als borrelhapje
    ik heb wel weer eens trek in een kaasplankje
  3. plank waarop kazen liggen te rijpen