kaasplank
mannelijk/vrouwelijk (de)/ˈkasplɑŋk/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (huishouden) al dan niet houten plank om kaas op te snijden
- (voeding) schaal met verschillende soorten kaas, als dessert of als borrelhapjeik heb wel weer eens trek in een kaasplankje
- plank waarop kazen liggen te rijpen
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek