kaarslicht

onzijdig (het)/xxxx/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. het schijnsel van een brandende kaars
    Het waren geen juwelen, het waren ogen die naar haar knipoogden in het kaarslicht en naar de meisjes keken die naar zichzelf keken.
    Emil liep in de ochtend van 5 augustus vanaf dit huisje naar Conques, waar hij 's middags een expositie bezocht en 's avonds in de kerk naar enkele jongeren luisterde die bij kaarslicht religieuze liederen zongen.

Vertalingen

Engelscandlelight
DuitsKerzenlicht
Spaansluz de vela