Kaar
mannelijk (de)/xxxx/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (f)/(m) (geologie) een depressie in een bergwand ontstaan door verwering en glaciale processen
- (f)/(m) (visserij) een met water gevuld compartiment in een schipDe vangst werd in de kaar vers gehouden.
- (n) (molenaarsambacht) de trechtervormige opening die het gestorte graan opvangtOnder het kaar is een goot waarlangs het graan naar de steen kan glijden.
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek