Kaar

mannelijk (de)/xxxx/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. geologie (f)/(m) (geologie) een depressie in een bergwand ontstaan door verwering en glaciale processen
  2. visserij (f)/(m) (visserij) een met water gevuld compartiment in een schip
    De vangst werd in de kaar vers gehouden.
  3. molenaarsambacht (n) (molenaarsambacht) de trechtervormige opening die het gestorte graan opvangt
    Onder het kaar is een goot waarlangs het graan naar de steen kan glijden.