jij
/jɛi/
Betekenis
voornaamwoord
- tweede persoon enkelvoud informeel
Etymologie
:Oost: : jus
Uitdrukkingen
- Jij haalt mij de woorden uit mijn mond
- Jij raapt nog geen stro van de aarde — je hebt nog niets verwezenlijkt
Vertalingen
Engelsyou, thou
Franstu, toi
Duitsdu, dich
Spaanstú, te
Italiaanstu
Portugeestu, te
Russischты
Poolsty
Deensdu
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek