janken
/ˈjɑŋkə(n)/
Betekenis
werkwoord
- (inerg) traanvocht uitscheiden door emotieNadat hij in zijn gezicht was geslagen jankte hij wel een uur.
Etymologie
* In de betekenis van ‘huilen’ voor het eerst aangetroffen in 1285
Vertalingen
Spaansaullar
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek