jaargetij
onzijdig (het)/ˈjarɣəˌtɛi/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- een jaarlijks terugkerende periode van 3 maanden die vooral op de hogere breedten van de aarde samen gaan met duidelijke verschillende klimatologische periodesOp vrijdag 14 april opent in het Gemeentemuseum de tentoonstelling ‘Rumoer in de stad - De schilders van Tachtig’. 125 jaar nadat de Nederlandse Impressionisten het straatleven in Amsterdam en Den Haag vastlegden, kon Brobbel in Den Haag maar moeilijk bepalen waar precies de schilders hun ezel destijds hadden opgesteld. „Af en toe heb ik maar gegokt”, zegt hij. Het ‘Gezicht op de nieuwe haven’ van Willem Bastiaan Tholen bood bijvoorbeeld weinig aanknopingspunten. Hoe anders was dat met ‘Gezicht op de Keizersgracht’ van Breitner. Het belangrijkste verschil in het stadsgezicht lijkt hier het jaargetij.NRC 12 april 2017Geen beter jaargetij om de mooiste bloemen in huis te halen dan de herfst. De werkstukken van vijf bloemisten die het omfietsen waard zijn, omdat ze toppers zijn in hun vak.Volkskrant Anne van Blijderveen 26 november 2016
- jaarmis
Vertalingen
Engelsseason
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek