isolatiecel
mannelijk/vrouwelijk (de)
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- ruimte in een psychiatrisch ziekenhuis waar een patiëntIn de spiegel ziet ze de blik van iemand die ze kent. Het is niet haar eigen blik. Het moet dus wel die van Moritz zijn.'Mooi,' zegt Mia. 'Papieren pak, isolatiecel, stukgeslagen gezicht. Dichter kon ik niet bij mijn broer komen.
- cel in een gevangenis waarin een gevangene in eenzame opsluiting wordt gehouden
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek