isoleercel

mannelijk/vrouwelijk (de)/xxxx/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. in een gevangenis een cel waar de gevangene in afzondering kan worden opgesloten als strafmaatregel, of voorzorgsregel
    De gedetineerde die de regels overtrad kreeg drie dagen isoleercel opgelegd.
  2. in een psychiatrische inrichting een ruimte waar een patiënt in afzondering kan worden verpleegd en zo tot rust kan komen
    De psychotische patiënt kwam tot rust in de prikkelarme isoleercel.