woorden
boek
Start
›
I
›
invité
invité
mannelijk (de)
/ˌɪɱviˈte/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
formeel
(formeel) genodigde, gast
Etymologie
*van het Frans
Verwante woorden
inviel
invielen
inving
invitatie
invitaties
invitatietoernooi
invite
invitee
inviteer
inviteerde
inviteerden
inviteert
Bron:
OpenTaal
&
WikiWoordenboek
← invites
invités →