inversie
vrouwelijk (de)/ɪnˈvɛrzi/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- omkering (van de gewone orde)
- (taalkunde) stijlfiguur waarbij de normale woordvolgorde wordt omgekeerd, woordomzetting
- (muziek) omkering van intervallen
- (wiskunde) omkering van functies
- (meetkunde) spiegeling van een cirkel
- (meetkunde) spiegeling van een punt
- (scheikunde) wijziging in de configuratie van het chiraal centrum, met een veranderde draaiingsrichting van gepolariseerd licht tot gevolg
- (scheikunde) omzetting van sacharose in invertsuiker
- (meteorologie) omgekeerd verloop van de temperatuur vergeleken met de normale situatie (bijv. temperatuurstijging i.p.v. -daling op grotere hoogte)
- (geologie) omkering van een tektonisch spanningsregime
- (medisch) (anatomie) beweging van de voetzool naar de binnenzijde
- (seksualiteit), (verouderd) homoseksualiteit
Etymologie
*afgeleid van invers
Vertalingen
Engelsinversion
Fransinversion
DuitsInversion
Spaansinversión
Italiaansinverzione
Poolsodwrócenie, inwersja
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek