inversie

vrouwelijk (de)/ɪnˈvɛrzi/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. omkering (van de gewone orde)
  2. taalkunde (taalkunde) stijlfiguur waarbij de normale woordvolgorde wordt omgekeerd, woordomzetting
  3. muziek (muziek) omkering van intervallen
  4. wiskunde (wiskunde) omkering van functies
  5. meetkunde (meetkunde) spiegeling van een cirkel
  6. meetkunde (meetkunde) spiegeling van een punt
  7. scheikunde (scheikunde) wijziging in de configuratie van het chiraal centrum, met een veranderde draaiingsrichting van gepolariseerd licht tot gevolg
  8. scheikunde (scheikunde) omzetting van sacharose in invertsuiker
  9. meteorologie (meteorologie) omgekeerd verloop van de temperatuur vergeleken met de normale situatie (bijv. temperatuurstijging i.p.v. -daling op grotere hoogte)
  10. geologie (geologie) omkering van een tektonisch spanningsregime
  11. medisch, anatomie (medisch) (anatomie) beweging van de voetzool naar de binnenzijde
  12. seksualiteit, verouderd (seksualiteit), (verouderd) homoseksualiteit

Etymologie

*afgeleid van invers

Vertalingen

Engelsinversion
Fransinversion
DuitsInversion
Spaansinversión
Italiaansinverzione
Poolsodwrócenie, inwersja