invallen

/ˈɪɱvɑlə(n)/

Betekenis

werkwoord
  1. erga (erga) vallend iets binnengaan
    Hij viel de kuil in.
  2. erga (erga) iemands plaats tijdelijk innemen, bijvoorbeeld wanneer deze verhinderd is
    Hij is voor haar ingevallen.
  3. erga (erga) plotseling verschijnen
    Ik kon door die typefout niet uitmaken of de vorstin gevallen of de vorst ingevallen was.

Vertalingen

Engelsfall, fill in, substitute
Duitsfallen, hereinfallen, hineinfallen
Spaanscaerse, sustituir