interimaris

mannelijk (de)/ˌɪntəriˈmarɪs/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. persoon (persoon) (Belgisch-Nederlands) iemand die gedurende een tussenperiode een bepaalde functie vervult
  2. beroep (beroep) (Belgisch-Nederlands) tijdelijke werkkracht

Etymologie

*via modern Latijn van "intérimaire", op te vatten als afgeleid van interim , in de betekenis van ‘plaatsvervanger’ aangetroffen vanaf 1984