interim

onzijdig (het)/ˈɪntəˌrɪm/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. periode die als overbrugging dient
  2. (Nederland) tweemaal per jaar uitbetaalde ziektekostenuitkering voor ambtenaren
zelfstandig naamwoord
  1. bedrijfskunde, informeel (bedrijfskunde) (informeel) (België) tijdelijke baan, tussentijds ambt
zelfstandig naamwoord
  1. beroep (beroep) tijdelijke werkkracht

Etymologie

*tussentijds