interim
onzijdig (het)/ˈɪntəˌrɪm/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- periode die als overbrugging dient
- (Nederland) tweemaal per jaar uitbetaalde ziektekostenuitkering voor ambtenaren
zelfstandig naamwoord
- (bedrijfskunde) (informeel) (België) tijdelijke baan, tussentijds ambt
zelfstandig naamwoord
- (beroep) tijdelijke werkkracht
Etymologie
*tussentijds
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek