inspraakmogelijkheid

vrouwelijk (de)/ˈɪnsprakˌmoxələkˌhɛit/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. gelegenheid voor degenen die door een voorgenomen besluit van een autoriteit worden geraakt om hun opvattingen daarover te laten weten zodat die autoriteit daar rekening mee kan houden
    Pogingen om politici tijdens de inspraakmogelijkheid van een raadsdebat te overtuigen, zijn dan ook tot mislukken gedoemd.