inhouden
/ˈɪnhɑudə(n)/
Betekenis
werkwoord
- (ov) een deel van het loon niet uitbetalen om het voor een ander doel te bestemmenEr worden zowel belasting als sociale premies ingehouden .
- (ov) niet uitademenHij hield zijn adem in om de schuwe vogel niet weg te jagen.Iedereen hield zijn adem in toen Christa's sombere ogen in de spiegel keken en iedereen ademde opgelucht uit toen er een vage maar gemeende glimlach op haar gezicht verscheen.
- zijn mening of emoties niet uitenDe laatste weken kon de vorige president zich niet meer inhouden, en bekritiseerde hij Trumps aanpak van de coronacrisis (‘chaos’) en diens dreigende taal over het neerslaan van de protesten tegen racisme, zo nodig door het leger.
- (absol) een niet onmiddellijk duidelijke betekenis hebbenDe voorgenomen regels in verband met Homeland Security in New York zouden inhouden dat er voor alle meetapparatuur die men in de stad gebruiken wil eerst bij de politie een vergunning gehaald moet worden.In het normale leven denk ik zelden aan de dood, maar hier stond ik elke dag voor beslissingen die weleens fataal af konden lopen, zoals het wel of niet oversteken van een woeste rivier of een hoge pas overgaan tijdens noodweer. Al deze ervaringen maakten dat ik ging nadenken over wat de dood precies inhield.
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek