inboeten

/ˈɪmbutə(n)/

Betekenis

werkwoord
  1. minder hebben dan voorheen
    Als gevolg van ontkerkelijking vanaf het laatste kwart van de 20e eeuw, heeft het katholicisme in Noord-Brabant sterk aan invloed ingeboet.
    En op hetzelfde moment worden we getrakteerd op literatuur van de bovenste plank, een boek dat nooit aan kracht zal inboeten, simpelweg omdat de mens - vergeef me mijn zwartgalligheid - onverbeterlijk is. {{Aut | Golding, William
    Het probleem is dat wetenschappers niet de enigen zijn die erover beschikken. De feiten die wetenschappers produceren, zijn immers allemaal te vinden in de enorme supermarkt die internet heet. Wanneer mensen daar zoeken, vinden ze de resultaten van tal van studies die elkaar inderdaad soms tegenspreken. Als wetenschap hierdoor al aan geloofwaardigheid zou inboeten, dan komt dat ook door de valse belofte die wetenschappers zelf doen.Volkskrant 2 juni 2017,

Etymologie

*van "einbüßen", op te vatten als