verminderen

/vərˈmɪndərə(n)/

Betekenis

werkwoord
  1. erga (erga) afnemen in aantal, kleiner worden
  2. ov (ov) doen afnemen in aantal, kleiner maken
    De levensmiddelenindustrie doet nog onvoldoende om suiker, vet en zout in voedingsmiddelen te verminderen [http://www.nu.nl/eten-en-drinken/4598298/industrie-doet-weinig-suiker-en-zout-in-voeding-verminderen.html www.nu.nl]

Etymologie

* afgeleid van minderen

Vertalingen

Engelsdecrease, lessen, decrease
Fransdiminuer, diminuer
Duitsabnehmen, vermindern, verringern
Spaansdisminuir, reducirse, menguar