immigrante

vrouwelijk (de)

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. vrouw die oorspronkelijk uit een ander land komt
    Op Long Island betaalden innemende personen geen rekeningen en bovendien: ze was een immigrante.
    "Het inreisverbod is een kwestie die me na aan het hart gaat, omdat ik zelf immigrante ben", vertelt Hill aan het NOS-radioprogramma Met het Oog op Morgen. "Ik moest er eerst meer over lezen, omdat ik ook verbaasd was, maar toen kon ik het toch begrijpen."

Etymologie

* afleiding van immigrant