ijzer

onzijdig (het)/ˈɛizər/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. scheikunde, element (scheikunde), (element) een scheikundig element met het symbool Fe en het atoomnummer 26, ook wel bekend als een grijs overgangsmetaal
    Te Ter-Neuzen (thans Terneuzen) werden een paar jaren geleden, hoofdzakelijk door Belgisch kapitaal, groote fabrieken gebouwd ter bewerking van ijzer en staal. Bron:Tijdschrift: Het Nieuws van den dag.Opgericht door G. L. Funke en P. van Santen.No. 10363, Maandag 19 October 19034e Blad. Bladzijde 14.Gemengd Nieuws.[http://resources2.kb.nl/010125000/pdf/DDD_010128939.pdf Het nieuws van den dag. 19 October 1903.]
  2. metallurgie, bouwkunde (metallurgie), (bouwkunde) een veel gebruikt bouwmateriaal (meestal beschermd door een laagje zink en/of verf)
    ‘Denk erom hè… Geen haast,’ riep hij me na terwijl ik naar de grensmuur liep om mijn hand op het koude ijzer te leggen en mezelf moed in te praten: ‘veilig thuiskomen’.
  3. sport (sport) een soort golfclub gebruikt in golf.

Etymologie

* Leenwoord uit het Keltisch, in de betekenis van ‘chemisch element’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1220

Uitdrukkingen

  • Een ijzer in het vuur hebbeneen plan hebben dat nog onbekend is voor de buitenwereld
  • Het ijzer smeden als het heet isnu is het moment om actie te ondernemen
  • Lood om oud ijzer zijnde keuze hebben tussen twee alternatieven die even goed (of slecht) zijn en voor de kiezer dus geen werkelijk verschil maken
  • Men kan geen ijzer met handen brekeniets niet doen omdat er op dat moment de tijd/middelen niet voor handen zijn

Vertalingen

Engelsiron
Fransfer
DuitsEisen
Spaanshierro
Italiaansferro
Portugeesferro
Russischжелезо
Chinees
Japans
Koreaans
Arabischحديد
Turksdemir
Poolsżelazo
Zweedsjärn
Deensjern