ijzelen
/'ɛɪzələ(n)/
Betekenis
werkwoord
- (onpr) (meteorologie) het vallen van onderkoelde regen die eenmaal in aanraking met de grond bevriestHet ijzelde zo erg dat vele bomen onder het wicht van het ijs bezweken.
Etymologie
*Afgeleid van ijzel
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek