iet
/it/
Betekenis
voornaamwoord
- (in België nog algemeen) iets: een onbepaalde of niet-gespecificeerde, stoffelijke of onstoffelijke zaak; een ongenoemd voorwerp
Etymologie
* Middelnederlands iet, gesyncopeerd uit het oudere iewet, uit Oudnederlands iowiht ‘iets’, samenstelling uit io- ‘om het even, onverschillig (wie, wat)’, oorspronkelijk ‘altijd, ooit’, en wiht ‘ding, wezen’, waarvoor zie ooit, wicht. Evenzo samengesteld zijn Duits (vero.) icht, Fries eat ‘iets’ en Engels (vero.) aught ‘wat dan ook’.
Uitdrukkingen
- Als niet komt tot iet, kent iet zichzelve niet. — Als een onbelangrijk persoon plotseling een belangrijke plaats krijgt, weet hij zich daarin niet te redden.
- Als niet komt tot iet, is 't allemans verdriet. — Als een onbelangrijk persoon plotseling een belangrijke plaats krijgt, heeft iedereen daaronder te lijden.
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek