huisvesting

vrouwelijk (de)/xxxx/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. het huisvesten van iemand
    De huisvesting van de stroom vluchtelingen leverde grote problemen op.
  2. het onderkomen dat iemand al of niet vindt
    Gelukkig had hij nu zowel huisvesting als een baan gevonden.
    Het bouwadvies is terecht en ingegeven door het eerder beschreven verdwijnen van de verzorgingshuizen. Of dat bouwen het ontstane zorgprobleem oplost, valt echter te betwijfelen. Het voormalige verzorgingshuis bood immers geïntegreerde huisvesting én zorg aan de groep kwetsbare ouderen, veelal boven de 80 jaar.

Etymologie

* van huisvesten .

Vertalingen

Engelsaccommodation
Fransaccommodation
DuitsUnterkunft, Unterbringung
Spaansacomodación, instalaciones, acomodación