huisregel

mannelijk (de)/ˈhœysreɣəl/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. Een bedrijf of instelling kan huisregels hebben voor bijvoorbeeld personeel, vrijwilligers en gasten/klanten/bewoners/patiënten/gedetineerden/bezoekers.
    Binnen ieder gezin gelden min of meer bindende huisregels.