huisjesmelker
mannelijk (de)/xxxx/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (pejoratief) (beroep) iemand die vaak slechte huizen (woningen) tegen woekerprijzen verhuurt, een onbarmhartige woekeraar ofwel malafide huiseigenaarHet voornaamste bezwaar tegen huisjesmelkers is dat ze huurders een onfatsoenlijk hoge huur laten betalen.Prins Bernhard genomineerd voor "Huisjesmelker van het Jaar" [https://www.parool.nl/amsterdam/prins-bernhard-genomineerd-voor-huisjesmelker-van-het-jaar~a4541373/ www.parool.nl]
Etymologie
* In de betekenis van ‘verhuurder van slechte woningen’ voor het eerst aangetroffen in 1866
Vertalingen
DuitsMiethai
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek