huisgenote
vrouwelijk (de)/xxxx/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- medebewoonster van een huisMijn huisgenote kan heel mooi zingen. Ik kan er dan ook iedere dag van genieten als ze met de radio meezingt.
Etymologie
*afgeleid van huisgenoot
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek