huil

mannelijk/vrouwelijk (de)/ɦœy̯l/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. de keer dat men huilt
    Dan is het een huil van mijn zoon, een 'Mama!' van mijn dochter, of een smeekbede van mijn slaperige vriend die maakt dat ik weer omdraai en verslagen terugkeer naar het nest.