houtkant
mannelijk (de)
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- strook bomen, struikgewas en kreupelhout dat een stuk land omgeeftDe mix van grasland, bloemenweide, houtkanten en nu ook bomen biedt kansen aan fauna en flora. Tegelijk genieten de omwonenden van een fijne leefomgeving. Het Gasthuisbos is de voorbije twee decennia uitgegroeid tot een boscomplex van 35 ha. De Standaard 20 FEBRUARI 2018 [http://www.standaard.be/cnt/dmf20180219_03366833 Beschermd eeuwenoud Gasthuisbos breidt weer uit]De vogels sterven uit omdat door doorgedreven grootschalige landbouw de afgelopen jaren onverharde wegen, grasstroken en houtkanten verdwenen, waardoor ze hun broed- en eetplaatsen kwijtraakten. Maar ook, misschien zelfs vooral, omdat er niet genoeg insecten meer zijn waarmee ze zichzelf en hun jongen kunnen voeden. De Standaard 6 APRIL 2018 [http://www.standaard.be/cnt/dmf20180406_03449329 BIODIVERSITEITSCRISIS]
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek