hosten
/ˈhɔstə(n)/
Betekenis
werkwoord
- (ov) (informatica) via een netwerk toegankelijk makenVier Nederlanders waren volgens de Duitse justitie betrokken bij het hosten van verschillende digitale marktplaatsen, waar onder meer narcotica werd aangeboden.
- (ov) als gastheer mogelijk makenAls eigenaar van PIP verdien ik maandelijks ongeveer 1.200 euro bruto, daarnaast verdien ik nog zo’n 400 euro met de breakdancelessen die ik geef en 300 euro met het hosten en presenteren van evenementen.
Etymologie
*[B] "hoste" met de uitgang -en
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek