host
mannelijk (de)/hoːst/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (persoon) iemand die als gastheer, gastvrouw of presentator van een evenement optreedt
- (informatica) computer met programmatuur die in een netwerk andere computers met diensten en gegevens ondersteunt
Etymologie
*[B] de stam van "hossen", "hos" met de uitgang -t
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek