woorden
boek
Start
›
H
›
hoogtijd
hoogtijd
mannelijk (de)
/ˈhoxtɛit/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
periode dat men op zijn best is of was
religieuze feestdag
Synoniemen
hoogtij
bloeitijd
hoogtijperiode
Bron:
OpenTaal
&
WikiWoordenboek
← hoogtij
hoogtijdag →