homeopaat
mannelijk (de)/xxxx/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (beroep) aanhanger of beoefenaar van de homeopathische geneeswijze
Etymologie
*afgeleid van het Oudgrieks: ὅμοιος, 'homoios', (gelijksoortig)
Vertalingen
Engelshomeopath, homeopathist
Franshoméopathe
DuitsHomöopath
Spaanshomeópata
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek